Communistische Rondreis
3/9/2011 t/m 21/9/2011
Achtergrondinformatie over (de geschiedenis van) Noord-Korea
Alvorens verder te gaan met het reisverslag eerst wat meer gedetailleerde (achtergrond)informatie over
(de geschiedenis van) Noord-Korea. Dit helpt misschien een beetje om de motieven, normen, waarden
en levenswijze van de huidige Koreanen de rest van dit reisverslag beter te begrijpen cq de eergeschreven ervaringen van het hedendaagse Noord-Korea beter cq in een ander perspectief te kunnen plaatsen.
Zoals met zoveel landen werd er vroeger in Korea (het huidige Noord- en Zuid-Korea) ook veel gevochten:
zowel tussen inheemse volkeren als met andere landen. Tot circa 918 na Christus werd er vooral strijd geleverd tussen drie koninkrijken (Silla, Palhae en Koguryo), waarbij bij tijd en wijle het gehele schiereiland al op China was georiënteerd. De Koguryo komen uiteindelijk als overwinnaar uit de bus en verenigen de drie koninkrijken in één groot land, te weten Koryo (verbastert naar Korea). In 935 wordt Wang Kon als koning Taejo gekroond en wordt Songak (Kaesong) de hoofdstad.
De Mongolen veroverden Koryo in 1231, maar worden – geholpen door de Chinese Ming dynastie - eind 14e eeuw verdreven door Ri Songgaye. Met Ri komt er binnen Korea een nieuwe dynastie aan de
macht, waarbij de hoofdstad wordt verschoven van Kaesong naar Seoul.
Een paar honderd jaar is het relatief rustig en worden er handelsroutes opgezet met China en Japan.
Eind 16e eeuw nemen de Japanners echter Korea in handen, waarna de Koreanen geholpen door de
Manchus (latere Qing dynastie) en de Ming weer ‘baas’ (zolang ze de Ming en Qing maar tevreden
stelden) in eigen land werden.
Deze Koreaanse afwending is tegen het zere been van Japan dat al haar zeilen richting het westen heeft
gezet en vindt dat Korea open moet staan om te handelen met het westen en aldus haar druk opvoert
op Korea. De decennia daarna worden gekenmerkt door koloniale expansiedrang van de Japanners,
Fransen, Russen en Britten, gepaard gaande met het sluiten van allerlei (tegen)verdragen. Nadat de
Japanners in 1895 waren verdreven uit Korea door de Chinezen jagen zij op hun beurt de Russen in
1904/1905 uit Korea en sluiten in 1907 een protectoraatsverdrag met Korea. In 1910 wordt Korea een
kolonie van Japan en begint de echte ellende voor de Koreaanse bevolking.
De periode 1910-1945 kenmerkt zicht door wrede Japanse onderdrukking. Alle hogere posities etc.
worden bekleed door Japanners, Koreaanse vrouwen worden als ‘troostvrouwen’ ingezet bij de Japanners en Japan probeert de Koreaanse historie en identiteit te wissen (door bijvoorbeeld een verbod tot het geven van Koreaanse geschiedenislessen, Koreanen moeten Japanse namen aannemen etc.). In 1945 worden de
Japanners verslagen en Korea wordt “tijdelijk” opgedeeld in twee stukken op de 38e breedtegraad, waarbij het noordelijke gedeelte aan de Sovjet-Unie wordt toevertrouwd en het zuidelijke gedeelte aan de Verenigde Staten van Amerika.
Stalin introduceert het communisme in het noorden en stelt ene Kim Il-Sung (over hem later mee) aan
als voorlopige regeringsleider. Vanaf 1948 heet Noord-Korea officieel de Democratische
Volksrepubliek Korea (DPRK). In 1950 besluit Kim Il-Sung dat Korea weer één moet worden en valt
Zuid-Korea binnen (overigens zijn volgens de Noord-Koreanen de Amerikanen begonnen). De opmars
gaat voorspoedig en na Seoul wordt ongeveer 90% van Zuid-Korea ingenomen door Kim.
De Verenigde Naties veroordelen de inval en met hulp van de Amerikanen worden de Noord-Koreanen tot ver over de 38e breedtegraad teruggedrongen. Dit zint de Chinezen niet, die meehelpen om de Zuid-Koreanen terug te dringen tot nagenoeg dezelfde plek op de 38e breedtegraad. In 1953 wordt er een wapenstilstand in deze Koreaanse oorlog gesloten, die nu nog altijd van kracht is.
In de jaren daarna vaart Noord-Korea vooral zijn eigen-koers op basis van de Juche-filosofie van Kim
Il-Sung. Er zijn goede verstandhoudingen en economische betrekkingen met China en Rusland. Mede
door de ineenstorting van het Oostblok in de jaren 80 raakt Noord-Korea steeds geïsoleerder. De
voedselcrisis in de jaren 90, veroorzaakt door natuurrampen, maar ook mede door mindere subsidie
vanuit China en Rusland stelt Noord-Korea voor grote problemen. Vermoedelijk heeft de hongersnood
van destijds twee á drie miljoen mensen het leven gekost (momenteel heeft Noord-Korea – qua
oppervlakte drie keer zo groot als Nederland - circa 23 miljoen inwoners). Momenteel schijnen
vrouwen die acht of meer kinderen baren ook een nationale onderscheiding en een
voorkeursbehandeling te krijgen.
Sindsdien zijn er door Noord-Korea twee kernproeven uitgevoerd en beweren sommigen dat dit alleen
maar gebeurt om de onderhandelingspositie te versterken ten behoeve van het verkrijgen van energie
en voedsel. Als je bovenstaande leest wordt duidelijk dat Korea de laatste 2 eeuwen speelbal is geweest van de
grootmachten om hun heen en dat ze (mede daardoor?) de zaken liever zonder inmenging van anderen
oplossen. Hoe dan ook, het tekort aan voedsel en energie is helaas nog steeds een actueel probleem in
Noord-Korea.
Donderdag 8 september – Vertrek Vladi en aankomst in Pyongyang
Daar stonden we dan even te wachten op het vliegveld van Vladivostok: op het ene moment in de
menigte en op het andere moment moederziel alleen met ons vieren in een lege ruimte. Om het idee
van niemandsland nog te versterken werd er opeens een jongeheer – die al door de Russische exit-
douane was gegaan - langs ons heen afgevoerd door druk en verhit pratende Russen: gevolgd door een
Russische geweer-meneer met zijn paspoort. En toen was het weer even stil en stonden we weer met
ons vieren één en alleen. Er waren wel wat mensen hoor, maar die moesten wachten aan de andere kant achter de scanner totdat ze toestemming kregen van de Noord-Koreanen om door het poortje te mogen. Toen ze bijna die toestemming kregen werd er door een Noord-Koreaanse meneer druk naar ons gebaard en opgespeeld tegen de beambten die de scannerpoortjes bedienden. Tsja, blijkbaar hadden we nog niet door de scanner heen gemogen, maar hadden we moeten wachten tot de Noord-Koreaanse meneer was
gearriveerd.
De Noord-Koreaanse meneer in nette pantalon met blouse en opgerolde mouwen begon opeens allerlei bevelen te snauwen, waarna er dozijnen aan kleine zwarte dozen door de scanners werden gehaald en werden ‘ingecheckt’. Tijdens het rondstrooien van bevelen keek hij ons niet al te vriendelijk aan met een blik van: “en wat doen jullie hier?”. Vanaf dat moment waren we vier lammetjes die zich gelijk optimaal aanpasten aan de Koreaanse discipline: luisteren en geen vragen stellen (maar wel aan het nadenken wat er allemaal in die zwarte pakketjes zou kunnen zitten) en braaf de aanwijzingen volgen van het incheck-personeel. Boardingticket gekregen, door de Russische douane heen om ons visum te laten afstempelen, waarbij de douanier mij wel zes keer aankeek met de foto ernaast. En toen naar de wachtruimte, maar gelukkig niet alleen, want daar waren onze Zuid-Koreaanse vrienden nog! Niet voor lang echter, want het vliegtuig naar Seoul ging boarden en wij bleven bijna moederziel alleen achter. Een stewardess kwam vragen – en ons ticket checken - of we toch echt niet naar Zuid-Korea moesten: toen ze zag dat we echt tickets (mooie ook trouwens!) hadden voor Noord-Korea keek ze ons echt aan met een blik: arme jullie, wat gaan jullie daar doen? Zoals ik al vertelde gaan verreweg de meeste toeristen via Beijing naar Noord-Korea en is reizen naar Noord-Korea via Vladivostok voor toeristen vrij uniek. Dit vooral, omdat de trein- en vliegtuigreizen niet altijd gegarandeerd zijn vanuit Vladivostok (daarnaast grenst Rusland slechts voor 19 km aan
Noord-Korea). Wij waren helaas niet de enige uitzondering(stoeristen) op deze regel, want naast ons vieren waren er nog drie andere toeristen op de vlucht van Vladivostok naar Pyongyang: een Spanjaard, Duitser en jawel een Nederlander… De vlucht – zoals gezegd – was gegarandeerd en zat ook vol met Noord-Koreanen. De wachtruimte liep dan ook langzaam vol met Noord-Koreanen, waarbij de meesten (oog)contact met ons wel uit de weg gingen. Het eerste en enige contact op het vliegveld was met een vrouw die in het Engels vroeg of ze er langs mocht (naar het toilet). Tsja some famous First legendary words…
Toen naar de gedateerde Tupolev van Air Koryo toe. Bij het metaaldetectorpoortje bleek dat de Russen en/of Koreanen er rare gewoontes op na houden: onder de in beslag genomen spullen was een strijkijzer! (never fly without one…). Alle zeven de toeristen werden bij elkaar gezet in een soort van business-class (met oriënt-express bloemetjesbehang en van die bus bagagerekken van vroeger boven ons hoofd). We volhardden nog steeds in ons makke lammetjesgedrag en Arjan en ik durfden – tegen onze gewoonte in - niet eens gelijk het vliegtuig te ontmantelen (want daar nodigde alle knopjes en hendeltjes wel toe uit).De stewardessen gaven ons twee papiertje om in te vullen: heel gebruikelijk als je een buiten-EU land gaat bezoeken. Wat minder gebruikelijk is
dat het ene papiertje in het Koreaans was. Na een minuut of vijf durfde één lammetje dan toch met een
benepen stemmetje te vragen aan een stewardess of ze geen Engelse variant hadden. “Of course we
have! You can ask us anything, because that is where we are here for!” Pas op dat moment kregen we
weer iets van onze “normale” gedrag terug. Die bevelen schreeuwende meneer in pantalon met korte
mouwen moest eens weten hoeveel indruk hij op ons gemaakt had (aangevuld natuurlijk door alle
robot-verhalen die we over Noord-Korea gelezen, gezien en gehoord hebben)! Bij de landing werd het
Koreaanse volkslied gespeeld.
Wat gelijk opviel bij het binnenkomen van de aankomsthal is de betonnen soberheid en het portret van Kim Il-Sung. Na het afstempelen van het visum (geen fratsen) stonden de gidsen ons al op te wachten.
Mevrouw Lee en meneer Cha. Miss Lee sprak Engels en monsieur Cha Frans en Petit Anglais, maar
zijn Petit (meeluister) Anglais was tres van “eigenlijk snap ik alles wat jullie zeggen en zelfs als dat in het Nederlands is”. Miss Lee begroette ons en ik perste er een Annyong Haseyo (“hallo”) uit, wat me
een compliment opleverde (tsja, beleefd volk toch die Koreanen, ze willen je geen gezichtsverlies
laten leiden). Mochten we nog restanten hebben van het angstige lammetjesgedrag, dan was dat gelijk
over. De beide gidsen deden zo hun best om gastvrij te zijn en vriendelijk dat we ons gelijk ‘thuis’
voelden
Terwijl we op onze bagage wachtten (al de zwarte pakketjes moesten ook nog uitgeladen worden)
werd al snel duidelijk dat niets menselijks de (hoger geplaatste) Koreanen vreemd is. Een man
verderop fluisterde met zijn vrouw en knikte richting onze kant en greep met zijn hand zijn neus vast
om aan zijn vrouw aan te geven hoe belachelijk groot de neuzen van de westerlingen wel niet zijn.
Heerlijk! Het zijn inderdaad geen robots, maar gewoon mensen van vlees en bloed!
Onder verontschuldigingen werd aan ons gevraagd om onze mobiele telefoons in te leveren. Pas de
problemes monsieur Cha, zolang je van tevoren weet dat dat de randvoorwaarden zijn om in het land
te mogen dan doe je dat ook gewoon. Acht dagen zonder mobieltje (en paspoort, want dat wordt ook
ingenomen)…. was eigenlijk best goed te doen. En toen de bagagecheck! Hier hadden we veel
verhalen over gehoord, maar ‘helaas pindakaas’, tas door de scanner en dat was dat (wederom geen
fratsen)! Zouden dan al die verhalen over Noord-Korea kolder zijn? We waren enigszins opgelucht
toen we geen toestemming kregen om een foto te maken van het vliegveld. Gelukkig, het moet wel
een unieke en aparte vakantie blijven!
In de bus op weg naar het hotel nam miss Lee met ons het schema dag per dag door en alles, op het
grote bronzen (chollima) beeld van Kim Il-Sung na (in onderhoud) was toegewezen, dus het beloofde
drukke en overvolle dagen te worden.
Het eerste idee van Pyongyang dat we hadden toen we de hoofdstad binnen reden was: wow! Mij deed
de skyline gelijk denken aan een futuristische stad welke wel eens voorkwamen in StarTrek: het ene
gebouw nog groter dan het andere, torens, standbeelden, stadions en met als blikvanger het
toeristenhotel van 105 verdiepingen hoog dat bijna afgebouwd is. De namen en feiten over de
gebouwen werden ook gelijk plichtmatig opgedreund door mevrouw Lee (de dagen erna werden we
ook continu overhoord als we ergens langs reden).
voor consumentenproducten, des te meer ‘reclame’ voor de natie door muurschilderingen van blije en
gezonde arbeiders, kinderen, militairen, boeren, maar vooral van de grote leider (Kim Il-Sung) en in
mindere mate van de geliefde leider (Kim Jong-Il (zoon van Kim Il-Sung)).
‘s Nachts is de stad vrij donker en geluidloos: alleen de belangrijkste monumenten zijn verlicht en worden in de schijnwerpers gezet. Pikant detail hierbij is dat de brug die vlak bij het toeristenhotel over de rivier ligt ook met bewegend neonlicht “opgevrolijkt” wordt. Mocht je nog het idee hebben dat een bezoek aan
Noord-Korea exclusief is, dat gevoel werd gelijk de grond in geboord toen we in ons hotel aankwamen. Het Yanggakdo hotel heeft 47 verdiepingen en basically is dit het hotel waar alle toeristen zitten. Kortom, op het moment dat je daar binnen stapt heb je gelijk een resort-gevoel, met alleen maar toeristen en met nog veel Hollandse toeristen ook. Het hotel heeft meerdere restaurants, een draaiend restaurant op de bovenste verdieping, casino, karaoke, bowlingbaan etc. etc. Saillant detail is dat de liften niet op de vijfde verdieping stoppen en dat bloggers op internet beweren dat op deze verdieping de gidsen slapen in kamers zonder ramen met allemaal propaganda aan de muren en dat hier ook afluistercentra zijn, waarin hotelgasten worden bespioneerd via camera’s en microfoontjes. Ach ja, dat laatste verhaal is toch een stuk leuker dan het resort-gevoel…
Het hotel bleek naast veel toeristen ook nog vol te zitten met taekwondo-atleten, welke aan
een internationaal toernooi meededen. Daarnaast was er gewoon Coca-Cola verkrijgbaar. Was dan alles compleet westers? Nee! ‘Gelukkig’ werd ons verteld dat we wel een rondje mochten lopen rondom het hotel, maar dat we niet te ver mochten lopen (en waarom zou je ook, er zijn geen cafés/pubs of disco’s in de stad) alsmede konden we de Koreaanse televisiezenders ontvangen, waarop op een zangerige toon door een dame in Koreaanse klederdracht wordt verteld hoe groot de natie is en wat (één van de) Kim(s) allemaal bereikt heeft ten gunste van de natie. Ook zijn er om de haverklap foto’s te zien van bezoekjes van Kim Jong-Il aan bijvoorbeeld de Cd-fabriek. Er is op internet een specifieke site gewijd aan Kim Jong-Il looking at things. Absoluut een aanrader! http://kimjongillookingatthings.tumblr.com/
‘Toevallig’ was de airco net stuk gegaan dus kregen we excuses daarvoor (uiteraard heeft de airco de
hele week niet gewerkt en ik denk dat ie dat nu nog steeds niet doet). In de lift kwamen we nog een
Zwitser tegen die al jaren in Noord-Korea kwam: bleek een filmbedrijf te hebben en dat hij Floortje
Dessing ook had begeleid toen ze in Noord-Korea mocht filmen. Los van alles waren we best onder de
indruk van wat we gezien hadden tot dan toe en van de accommodatie alsmede de vriendelijkheid en
gastvrijheid van de gidsen.
Vrijdag 9 september – Pyongyang
’s Ochtends ontbijt in een tropische ontbijtzaal (buffet). Daarna stipt op tijd naar de lobby om de
gidsen te ontmoeten. In de lobby hebben de gidsen een apart bankje, waar ze onderling zitten te
keuvelen totdat hun groep(je) toeristen komt opdagen.
De eerste echte dag in Noord-Korea, en niet zomaar een dag, maar de dag dat in 1948 de DPRK werd
uitgeroepen. Op deze nationale feestdag gaan we toepasselijk het eerst kijken naar de plaats waar Kim
Il-Sung – de stichter van de republiek – is geboren: het Mangyongdae native house. Bij aankomst valt
gelijk op hoeveel mensen hier zijn buiten het aantal toeristen. Er zijn veel Koreanen die hommage
komen brengen bij de eenvoudige hutjes, waar Kim Il-Sung is geboren. Terwijl we naar de hutten
toelopen, komt er wonderschone muziek uit de bomen en bloemen: even wanen we ons in het
sprookjesbos van de Efteling! Bij de hutten vertelt een dame in Koreaanse klederdracht het verhaal
van Kim en zijn (groot)ouders, wat er op neer komt dat als je je inzet met alles wat je in je hebt je
alles kunt bereiken wat je maar wilt alsmede dat de (land)arbeiders de basis zijn voor een goede en
gezonde samenleving.
Volgende stop, de ondergrondse metro. Terwijl we op de roltrap naar beneden staan, die maar niet
beneden lijkt te komen, vertelt de gids trots dat het metrosysteem 100 meter onder de grond ligt en
daarmee de diepste metro van de wereld is (iets wat door sommigen wordt uitgelegd als een bunker
tegen een atoomaanval). Terwijl de roltrap verder daalt, kijken we naar de mensen die omhoog gaan:
allemaal netjes gekleed met een stoïcijns gezicht, maar toch nieuwsgierig genoeg om uit de ooghoeken
naar ons te kijken, of soms zelfs frontaal. Wederom is niets menselijks ze vreemd… gelukkig! Uit de
luidsprekers op de roltrap komt geen muziek, maar een betoog van iemand die een mensenmassa
toespreekt.
Eindelijk aangekomen op het perron genieten we van de muurschilderingen en de grote mooie
kroonluchters. De muurschilderingen laten de grote leider zien met blijde Koreanen, waaruit duidelijk
wordt dat elke laag in de bevolking belangrijk is en dat de jeugd de toekomst heeft. Men kan in afwachting van de metro de krant lezen, waarvan de losse pagina’s bevestigd zijn achter glas. We mogen één halte meerijden. Het tweede station is ook mooi, maar minder dan het eerste. Meegaand in de westerse paranoia vragen we ons af in hoeverre de volgende ondergrondse stations nog muurschilderingen en kroonluchters hebben cq of er überhaupt nog wel meer haltes zijn. Grappig detail op de roltrap naar boven (die overigens minder steil is dan in Moskou) is dat de leuning van de roltrap iets sneller rolt dan het restant: in slaap vallen op deze drie minuten stilstaan is dus niet mogelijk!
We vervolgen onze city-tour naar de USS Pueblo. Dit betreft een Amerikaanse onderzeeër die door de
Koreanen in 1968 is onderschept. Het verhaal van de Koreanen is dat de onderzeeër te dicht bij de
Koreaanse kust kwam met als enig doel te spioneren, volgens de Amerikanen zaten ze in
internationale wateren. Ik ga voor de Koreaanse versie. Hoe dan ook, de Pueblo probeerde weg te
komen, de Koreanen nam ze onder vuur, doodde één van de 83 bemanningsleden, waarna de Pueblo
zich over gaf. Voordat de Koreanen aan boord gingen maakten ze een tekening van een gezicht met
een hele grote neus met een vraagteken eronder: oftewel, hoeveel langneuzen hebben jullie aan boord?
De Amerikaanse bevelhebber begreep het verhaal en seinde terug hoeveel mensen het waren. Het
duurde bijna een jaar voordat Amerika een schuldbekentenis ondertekende en toen de gevangen
genomen bemanningsleden terugkregen. De Koreanen hielden de onderzeeër, welke nog steeds wordt
gekoesterd als symbool voor hun onafhankelijkheid en als teken van de expansiedrang van de
Amerikaanse imperialisten. Om dit kracht bij te zetten werd ons op de onderzeeër een video getoond
van het USS Pueblo incident en waren overal bewijzen van de Amerikaanse spionage te zien.
Overigens is het kroonstuk van de collectie (buiten de Pueblo zelf) het a4tje waarop de Amerikanen
toegeven dat ze gespioneerd hebben en excuses aanbieden. Dit a4tje zouden we nog vaak tegenkomen
in diverse musea.
Met een compliment dat we voor lopen op schema gaan we om een uur of kwart voor 12 naar een
restaurant om te lunchen. Ook hier willen ze je het aan niets laten ontbreken. Alle maaltijden zijn
uitvoerig en bevatten meerdere gangen. Rijst, soep, kimchi (gefermenteerde chilipeper en groenten),
ei, kip etc. komen regelmatig langs. Wat echt super aan dit land is dat er standaard bij elke lunch bier
op tafel komt. Na elke maaltijd wordt er standaard serieus gevraagd of het gesmaakt heeft en na onze
bevestigende antwoorden worden we erop gewezen dat we te weinig hebben gegeten. En toegegeven:
wat een treuzelaars zijn wij: de Koreanen schuiven binnen mum van tijd heel veel eten naar binnen…
Respect!
Na de lunch bezoeken we de dierentuin, een bezienswaardigheid dat niet standaard op het programma van de toeristen staat. In Nederland hebben wij dit aangevraagd en tot onze grote vreugde is ons verzoek ingewilligd. Een extra teken van gastvrijheid is dat we extra lang naar binnen gaan: daar waar we bij de meeste bezienswaardigheden maximaal drie kwartier a één uur hebben, lopen we hier vijf kwartier rond. De dierentuin is groot en bevat veel van de gebruikelijke dieren. Wat wij wel apart vinden is dat er meerdere rassen honden en hanen in kooien aanwezig zijn. Eigenlijk gewoon logisch, want honden komen niet veel voor in het dagelijkse leven van de Koreaan, tenzij als voedsel in sommige gevallen. Het is hier ook nog mogelijk om de olifanten met je hand te voeren, waarbij de grote lobus ijsjes met stokjes en al naar binnen werkt. Dat de aap nauw verwant is met de mensen bleek wel weer dat een aap koppeltje duikelde in ruil voor snoep: toen hij echter een fles kreeg toegeworpen, gooide hij die nog harder terug: hilariteit ten top voor iedereen!
Overigens was het meer een mix tussen een dierentuin en een park, waarbij er overal families zaten te
picknicken, muziek maakten, dansten en bier dronken. Het was extra druk vanwege de nationale
feestdag en buiten ons liepen er geen andere toeristen rond. Wij waren dus net zo een bezienswaardigheid als de dieren zelf en sommige mensen durfden (soms onder invloed van alcohol) zelfs iets naar ons te roepen of te zwaaien. Als we daarna terug zwaaiden schrokken ze van hun actie en moesten nerveus lachen. Kortom, we hebben ons goed vermaakt. En omdat wij ons vermaakten waren onze gidsen ook blij en vrolijk. Dat laatste was echt belangrijk voor onze gidsen: na elk bezoek aan een bezienswaardigheid kwam steevast de vraag wat we ervan vonden en soms ook wat onze mening was over bepaalde zaken.
Op naar de vijfde bestemming van de dag, oftewel Parijs look-a-like. Deze Arc of Triumph is 10 meter hoger (totaal 60 meter) dan die in Parijs en bestaat uit wit graniet. Er werd benadrukt dat het de grootste in de wereld was en zo zag hij er ook uit. Helaas was het niet mogelijk om hem te beklimmen. Vlak bij deze triomfboog ligt het Kim Il-Sung stadion met alweer een mooie muurschildering: op deze schildering wordt aangegeven dat Kim in 1945 de Korea-bevrijdingsspeech hield bij dit stadion. Bij dit stadion zijn ook allerlei kleinere beelden van de sporten die de Koreanen graag bedrijven: voetbal, volleybal en tafeltennis zijn de drie grootste sporten. Verrassend nietwaar?
Wat een andere nationale sport lijkt te zijn is dansen in klederdracht op Koreaanse volksmuziek. Aan
de voet van het Korean Workers Party monument (KWP is de communistische partij, niet te verwarren
met de Koreans People Army welke het leger is) wordt elke dag muziek gespeeld en gedanst. Voordat
wij daar ook aan moesten geloven eerst het KWP-monument bezocht: 50 meter hoog monument met
hamer, sikkel en…. penseel (nee, geen houweel)
Ondertussen stonden er honderden meisjes/vrouwen in Koreaanse klederdracht twee aan twee klaar op
het grote plein voor het monument. daarvoor stonden busjes met grote luidsprekers bovenop het dak (u
kent ze wel die busjes van die nuon-reclame). Zeker een mooi gezicht die dansende vrouwen in
klederdracht op traditionele muziek (met trouwens allemaal hetzelfde kapsel!).
Onze gids had al een paar keer aangegeven dat toeristen mee mochten dansen en wij hadden die
opmerkingen al een paar keer op de Koreaanse beleefdheidsmanier getrotseerd (beetje lachen en wat mompelen en snel over onderwerp heen gaan). Tsja, toen kwam de doortastendheid van meneer Cha naar boven. Hij pakte de handen van Arjan en mij en leidde ons met lichte dwang naar twee Koreaanse dames (meisjes is een beter woord). De meisjes lachten nerveus (en meisjesachtig J ) en durfden amper omhoog te kijken. Enfin, dansen dus. Gelukkig was de dans redelijk simpel (voet voor, achter, voor, achter, voor, achter, hand vastpakken, draaien en herhaling van zetten). De dans was eigenlijk zo simpel dat de bravoure al snel de overhand nam en Arjan en ik de sterren van de communistische vlag af dansten.
Nadat wij klaar waren gingen er steeds meer toeristen meedansen (ook Corina en Maaike moesten er
aan geloven) en ik was al aan het dromen over een auditie bij een Nederlands dans-ensemble totdat er
een (inmiddels voor ons bekende) Engelsman langsliep die me de woorden “some awesome good
dancing man!” toe fluisterde. Boek dicht, verhaal gesloten!
Na het bezoek aan het restaurant op naar het Mayday stadion (capaciteit 150.000 mensen) voor het
meemaken van de Arirang/Mass games. Wat dat is? Een soort openingsceremonie van de Olympische
spelen, maar dan in 100-voud. De opvoering gebeurt twee maanden lang, elke dag. En elke dag zit het
stadion vol.
Waanzinnig gewoon. In anderhalf uur komt de gehele geschiedenis van Korea langs: de
ontstaansgeschiedenis vanaf de magische berg Paektu (2.750 meter), de bezetting van de Japanners, de
splitsing tussen beide Korea’s, de bevrijding door Kim Il-Sung, de huidige situatie en de wens voor de
toekomst: één herenigd Korea. In een wervelende show van circa 100.000 artiesten ben je getuige van
bijna synchrone perfectie van dans, zang, acrobatiek etc. etc. Dit alles wordt ondersteund door circa
20.000 studenten die via “kleurboeken” (boeken met bladen van verschillende kleuren) op de tribune
achter de arena/speelveld allerlei tekeningen/kunstwerken tevoorschijn toveren met behulp van die
kleurbladen in hun “boek”. Soms gewoon kippenvel tijdens de uitvoering.
Wat ook nog indrukwekkend was, was na afloop de langsmarcherende militairen op het parkeerterrein.
In pelotons zingend en marcherend komen ze langs op weg naar hun bus en open trucks om ze naar
huis te brengen. Saamhorigheid ten top en uitermate trots op hun land.
Het naar binnen en buiten loodsen van de mensen (en bussen) is uitermate effectief trouwens en daar
kunnen ze bij Ahoy en de Brouwersdam nog wat van leren… Diep onder de indruk in het hotel (met de andere onder de indruk zijnde toeristen) nog een drankje genomen en het bed in.
Zaterdag 10 september – Mount Myohyang
Nadat we vrijdag de hele dag in Pyongyang zijn rondgeleid mochten we vandaag de stad verlaten om
Mount Myohyang en omgeving te bezoeken. Deze bergtoppen en beboste valleien liggen 150 km ten
noordoosten van PyongYang in ongeveer het centrum van het land. Je moet weten dat circa driekwart van het land uit bergen bestaat en dat er aan een paar berg(ket)en(s) een bijzondere heilige status is toegekend. De belangrijkste berg ligt in het noorden aan de grens met China en heet Paektu en is met circa 2.750 meter de hoogste berg van Korea. Paektu is één van de belangrijkste symbolen van Korea en komt in allerlei facetten terug in het gehele leven van de Koreanen. Zo vormt Paektu het onderwerp van de eerste kinderliedjes die kinderen leren alsmede van de eerste tekeningen die kinderen maken. De Koreanen beklimmen ook de berg wanneer ze grijs haar krijgen cq tekenen van ouderdom aan het licht komen als symbool van het verlangen om jong
herboren te worden cq een lang leven te willen leiden. Het verhaal gaat ook dat Kim Il-Sung hier veel
strijd heeft geleverd in zijn queeste om Korea te bevrijden van de Japanners. Tijdens één van deze zware gevechten, die de hele nacht duurde, bleek de volgende ochtend bij het ochtendgloren dat er
alleen Japanse doden waren en er geen één Koreaan op het strijdveld lag: de geesten die rondhuizen op
Paektu hadden ervoor gezorgd dat de Japanners met elkaar hadden gevochten in plaats van met de
Koreanen.
Maar goed, wij waren dus onderweg naar Myohyang en bijna de gehele 150 km ging over twee- en
driebaans kaasrechte geasfalteerde wegen, waarbij het onderhoud van het asfalt matig is te noemen cq
de rijstijl van onze chauffeur formule-1-achtig, want hij kreeg het redelijk vaak voor elkaar om juist
dat ene gat in de weg op te zoeken. Dit leidde ook regelmatig tot opmerkingen en irritaties van miss
Lee, waar de chauffeur zich niks van aantrok.
Ondanks dat, deed miss Lee de hele tijd niets anders dan slapen in de bus. Geen wonder eigenlijk,
want ze vertelde dat alle gidsen inderdaad bij elkaar slapen en dat er veel meer gidsen dan kamers zijn.
Vijf gidsen in één kamer met twee bedden is normaal en de langstdienende gidsen mogen in bed
slapen. Tussen het slapen door kregen we ook les in de woorden: “hallo”, “dankjewel” en “ik houd
van jou”. Als we het fout uitspraken moesten we een liedje zingen. Aan originaliteit alle gebrek, dus
het werden standaardliedjes als “poesje miauw” en “row row row the boat”. Meneer Cha bracht na
lang aandringen heel schuchter “Freire Jacques” ten gehore en miss Lee stal werkelijk de show met
“Edelweiss” van de Sound of Music. We waren er serieus allemaal stil van, want dit deed ze echt
goed. Is dit trouwens ook een onderdeel van de Nederlandse opleiding tot reisleiders?
Aangekomen bij Myohyang bezoeken we eerst de twee enorme gebouwen welke in de berg gebouwd
zijn: de International Friendship Exhibition. Dit zogenaamde vriendschapsmuseum bevat alle cadeaus
die beide Kims (“een cadeau aan de leider is een cadeau aan het volk”) van andere landen hebben
gekregen en bevat circa 110.000 voorwerpen, waaruit we (moeten) afleiden dat Korea een wereldwijd
gerespecteerd land is. Eerst bezoeken we het gebouw met de 40.000 cadeaus aan de huidige leider
Kim Jong-Il. Na de twee wachten met zilveren machinegeweren te hebben gepasseerd moeten we de
fotocamera’s inleveren en stoffen “pantoffels” om onze schoenen heenslaan, om de marmeren
glinsterende vloer niet te verontreinigen en ontheiligen. Nadat we door het metaaldetectorpoortje zijn
gegaan voert de lokale gids ons vieren en een twintigtal andere (voornamelijk Belgische) toeristen
door de enorme gangen en een aantal zalen. De hoogte van de gangen, deuren en zalen is enorm en
regelmatig worden voornamelijk de Belgen tot stilte gemaand (It’s all about respect). De zalen zijn
gewijd aan één land of aan een continent. De cadeaus variëren van kunstwerken, gebruiksvoorwerpen
zoals meubilair tot aan luxe goederen zoals complete auto’s en mega-tv-schermen. We worden door
een aantal zalen geleid waarbij de lokale gids plichtsmatig van een aantal cadeaus opnoemt waar ze
vandaan komen. Als we te lang in een zaal rondkijken wordt het licht uitgedraaid om aan te geven dat
we naar de volgende zaal moeten.
Het wordt meteen duidelijk dat (Noord-Korea enorm gewaardeerd werd door landen als Cuba, Libië,
China en Rusland. Enorme ladingen – en ook bijzondere – cadeaus van die landen. Het wordt ook
gelijk duidelijk dat Nederland weinig te schaften wil hebben met de Noord-Koreanen – of zoals de
Belgen ons gelijk inwreven, dat we gierig zijn – slechts wat kleine cadeautjes van wat communistische
groeperingen schijnen er tentoongesteld te staan, waarvan een soort van delftsblauw bord de
‘uitschieter’ is. Ik kan het dan ook niet laten om bij de Belgische vitrine de Belgen van respectloosheid
in hun cadeaus te ‘betichten’, omdat het mooiste Belgische product niet tussen de cadeaus staat,
namelijk Belgisch speciaal bier. We besluiten het bezoek aan dit eerste gebouw door thee en koffie te
drinken op het uitkijkpunt/terras op de eerste verdieping, waarbij we gevraagd worden door mister
Cha om ‘het gastenboek’ te tekenen met onze mening over dit friendship museum. Politiek correct als
we zijn schrijven we op dat het goed is om te zien hoeveel vrienden in de wereld Korea heeft. Er is een
souvenirwinkel aanwezig, maar gezien het strakke tijdschema (en het feit dat het laatste onderwerp op
de agenda van ons verblijf in de DPRK ‘winkelen’ is) wordt ons verzocht om daar niet naar binnen te
gaan.
Het tweede gebouw met de 70.000 cadeaus die de voormalige grote leider Kim Il-Sung heeft gehad is
soortgelijk als het andere gebouw, met dit verschil dat het openen van de megalomane grote “bronzen
voordeur” een ceremonie protocollaire is waarbij de deur wordt geopend met handschoenen aan. De
eer valt te beurt aan een Belgische toerist die eerst de deur met zijn blote handen wil openen en daarna
als wijze van grap de deur na het openen gelijk weer dicht duwt en weer open trekt. Lichte paniek bij
de begeleidende gidsen, maar niets van vermanend toespreken of andere tekenen van corrigerend
gedrag: de euro’s van de toeristen wegen zwaarder dan de verhalen die in jarenoude literatuur staat.
Cadeaus die enorm opvallen aan de grote leider zijn complete treinstellen (cadeaus van Mao en Stalin) en gepantserde Mercedessen etc. In één kamer worden we verzocht om ons netjes in rijen op te stellen en een buiging te maken voor een wassen beeld van de grote leider die ons tegemoet treedt en begroet vanaf een bergweg van Mount Paektu. De speciale muziek op de achtergrond gecombineerd met de stilte die dan eindelijk wel onder alle toeristen heerst en de buigende mensen alsmede het heel erg realistische wassen beeld zijn een aparte gewaarwording en doen me beseffen dat de definitie van persoonsverheerlijking in de dikke van Dale aangepast moet worden.
Na dit ‘heilige der heilige’ bezoeken we de overgebleven gebouwen van de Boeddhistische Pohyon
tempel die bijna 1.000 jaar geleden gesticht is. Groten delen van de tempel zijn destijds verwoest in de Koreaanse oorlog. Wat mij verbaast is dat deze Boeddhistische tempel in het programma is opgenomen, omdat de Koreaanse ‘Juche’ levensfilosofie stelt dat de mens bovenaan de ladder staat en haar eigen lot in handen heeft cq dat Godsdienst niet echt een rol speelt in deze filosofie. Na een picknick maken we samen met mister Cha een twee uur durende wandeling (bergop en weer terug). Miss Lee blijft achter bij de bus en zal vast nog wat geslapen hebben. Tijdens deze wandeling komen we veel Koreaanse families tegen die hier ook wandelen. De meeste kijken wel, maar negeren ons verder. Toch zijn er wel een aantal die ‘stoutmoediger’ zijn en een ‘praatje’ met ons maken. Dit praatje bestaat uit naar zichzelf wijzen met de woorden ‘Korea', waarna wij naar onszelf wijzen en 'Nederlande' zeggen, waarbij ik dan gelijk naar de lengte van mijn neus wijs. Dit leidt steevast tot hilariteit bij de Koreanen, want ook bij deze Aziaten is langneus de scheldnaam voor de blanke westerlingen. Sommige Koreanen geven ons zelfs nog een hand (wij geven een hand terug waarbij we netjes onze arm ondersteunen met de andere arm om respect te tonen) en er zijn er zelfs die vragen of ze een foto mogen nemen!
Na deze niet verwachtte verregaande contacten met de lokale bevolking en lekkere wandeling (in
Pyongyang zelf worden we immers continu met de bus vervoerd) keren we opgetogen terug in de bus
naar ons hotel, waarbij de chauffeur de nodige gaten in het wegdek weer op volle snelheid weet te
vinden en zijn vliegenmepper met hand en tand verdedigt. Het straatbeeld buiten de hoofdstad blijft
hetzelfde: we komen nagenoeg geen andere auto’s tegen, wel af en toe wat lopende mensen en op het
land om ons heen zien we af en toe iemand handmatig werken met handgereedschap (tractoren of
andere machinerieën (op brandstof) ontbreken). Onder toestemming mogen we een foto uit de bus van
het landschap nemen: we denken dat we in een goed blaadje staan bij meneer Cha!
Na al een soort van achtbaanattractie te hadden gehad op onze overdagse bustrip was het ’s avonds tijd
om naar een echte funfair (kermis) te gaan! Deze kermis is gebouwd vlak bij de Arc of Triumph en
bevat veel hoge snelheids-attracties. Overal staan rijen, maar voor drie euro per persoon per attractie
worden we (samen met onze gidsen) vooraan gezet bij de attracties waar we in willen. Decadent en
niet iets om trots op te zijn, maar ja je wilt de Koreaanse gastvrijheid natuurlijk niet beschamen.
Niemand die in de rij staat te wachten protesteert trouwens, sterker nog ze lijken het hartstikke leuk te
vinden om ons in de attracties te zien
Bij terugkomst in het hotel nodigen we miss Lee en meneer Cha uit om een drankje te doen in de bar
om afscheid te nemen van miss Lee. We weten sinds die middag dat miss Lee de komende dagen niet
met ons verder mee zal gaan: problemen in de familie… Wij vieren speculeren erop los, dat er iemand
binnen de familie zich niet conform de normen en waarden van het land heeft gedragen, waardoor
miss Lee ‘gestraft wordt. Vijf euro fooi per dag is een hoop geld voor een Koreaan, dus een straf is het
wel als je niet meer als gids mag optreden. We bedanken miss Lee voor de bewezen diensten en
overhandigen haar de fooi en de delftsblauwe klompjes die Maaike uit Nederland heeft meegenomen.
Zondag 11 september (I) – Pyongyang ochtendprogramma
Met stropdas aan stap ik die ochtend de bus in. Het eerste programmapunt is een bezoek aan het
Kumsusan Memorial Palace, oftewel het mausoleum waar Kim Il-Sung ligt opgebaard. Het
mausoleum zelf is een kubistisch gebouw, zo een beetje dezelfde als we bij Lenin en Ho Chi Minh
hebben gezien en nog bij Mao Zedong gaan zien. Het mausoleum is groter dan groot en is op het
breedste punt 500 meter breed.
Voordat we naar binnen mogen moeten alle camera’s en pasjes en portefeuilles etc. etc. worden ingeleverd. Wanneer we om ons heen kijken zien we dat alle toeristen het op voorhand gedane vriendelijke doch dringende verzoek om netjes en respectvol gekleed te gaan gerespecteerd hebben. We stellen ons op in rijen van vier en beginnen de lange mars naar en binnen in het mausoleum. Nadat we met onze schoenen over een ontsmettend voetbed zijn gelopen worden we gefouilleerd en lopen en staan een klein half uur op diverse transportbanden dieper het mausoleum in. Door al die transportbanden krijgen we een Schiphol-idee, maar dan zonder de vriendelijke vrouw die ons telkens waarschuwt voor het afstapje “mind your step”. Sterker nog, er wordt amper gepraat en hoogstens wat gefluisterd. Wel staan er om de haverklap militairen die ons goed in de gaten houden.
Grappig eigenlijk weer, hoe snel je een groep losgeslagen (zoals ze zich in het hotel gedragen) toeristen zo snel gedisciplineerd stil krijgt. Stilstaande op één van de vele transportbanden fluistert miss Han ons toe dat Kim Il-Sung hier ook gewoond heeft en zien we door de ramen heen dat het mausoleum wordt omgeven door water en perfect onderhouden bomen en grasperken. Alvorens we de man gaan aanschouwen krijgen we een koptelefoon op, waardoor in het Engels wordt verteld wie Kim was, maar vooral wat hij heeft betekend voor Korea (in haar strijd naar vrijheid en in haar wederopbouw na de Koreaanse oorlog) en hoe geëmotioneerd de hele bevolking was bij zijn plotselinge overlijden. Na de hele disciplinaire exercitie en gerespecteerde stilte tot nu toe geven de rondlopende mensen met koptelefoons op en het geluid van de geluidsbandjes een absurde indruk. In gedachten zie ik een weegschaal voor me, waar op de ene schaal de woorden discipline en respect staan en op de andere schaal Kim-persoonsverheerlijking-propaganda en dat men op dit punt toch voor het tweede punt heeft gekozen (ik bedoel, net alsof als je hier bent je niet zou weten wie Kim Il-Sung is en wat zijn rol is binnen de Koreaanse geschiedenis).
Kim Il-Sung – De grote leider
Maar goed, jullie zijn daar niet geweest, dus hieronder in het kort wat zaken aangaande Kim Il-Sung
die inzicht geven in zijn leven alsmede zijn bijdrage aan de Koreaanse geschiedenis en het land zoals
het momenteel is. Zoals eerder gezegd stelde Stalin Kim Il-Sung na de tweede wereldoorlog als voorlopige regeringsleider aan van het noordelijke deel van Korea. Kim is geboren in 1912 in Korea en vertrok in de jaren 20 naar een Koreaanse gemeenschap in Mantsjoerije (China), waar hij zich bij de communisten aansluit en als lid van de guerrillabeweging in de jaren 30 de Japanners bestrijdt. Na van 1938 tot 1945 in Rusland te hebben doorgebracht keert hij in 1945 terug naar het vaderland, waar hij dus benoemd wordt tot ‘voorlopige’ regeringsleider.
In 1948 roept Kim de Democratische People’s republic of Korea uit met zichzelf als premier (in 1972
wordt de post ‘president’ gecreëerd welke functie Kim Il-Sung ook gaat bekleden). Na de gesloten
wapenstilstand in de Koreaanse oorlog (1953) en het overlijden van Stalin (1953) consolideert de
binnenlandse situatie in Noord-Korea zich. Kim regeert het land volgens stalinistisch regime, waarbij
de staat, de partij (Koreans Workers Party) en het militair apparaat de pijlers vormen.
Kim Il-Sung maakt geen definitieve keuze voor China of voor Rusland, maar vaart steeds meer een eigen koers. Deze eigen koers wordt ingegeven door de zogenaamde Juche-filosofie. Voor het slagen van de Juche-filosofie dient het land economisch onafhankelijk te zijn van andere landen, wat grotendeels het isolement van het land verklaart.
De Juche-filosofie wordt door Kim in 1955 geïntroduceerd, wat zoveel betekent dat de mens zelf zijn
boontjes moet doppen en dat de mens bovenaan de ladder staat en zijn eigen toekomst bepaalt.
Wetenschap en techniek zijn dan ook heel belangrijk in Noord-Korea, alsmede wordt cultuur en
scholing hoog in het vaandel gedragen, want door dat soort processen wordt creativiteit en intelligentie
bevordert wat weer positief werkt op de wetenschap en vooruitgang.
Deze Juche-gedachte is van belang voor en van toepassing op het gehele volk, immers iedereen vaart
wel bij een brede technologische vooruitgang. Er dient wel een (grote) leider te zijn die het volk
verbindt, die optreedt namens het volk (hij weet wat goed is voor het volk) en die als vaderfiguur
optreedt voor het volk. En zo wordt de grote leider ook afgebeeld op allerlei muurschilderingen en standbeelden: hij lijkt echt een vaderfiguur en ziet eruit met een man die vriendelijk, wijs en oprecht is. In zijn leven heeft hij ook praktisch elk dorp, bedrijf en bijzonder gebouw in Noord-Korea bezocht.
De Juche-filosofie is dienstbaar aan en goed voor het gehele volk, maar kan alleen maar werken indien
iedereen er naar leeft, wat praktisch betekent dat iedereen gedisciplineerd moet luisteren naar de grote
leider: hij weet immers wat goed is voor het gehele volk en vertaalt de Juche-filosofie naar de
praktische handels- en levenswijze voor het volk in het land. Een samenleving volgens het principe
van Juche is de meest verheven vorm van samenleving die er is en moet dan ook met hand en tand
gepropagandeerd en verdedigd (tegen bijvoorbeeld de Amerikaanse en Japanse imperialisten) worden.
Eigenlijk wordt het gehele straatbeeld bepaald door wat er in deze alinea is beschreven: alle
propaganda bevat schilderingen van blijde boeren, arbeiders, artiesten, kinderen welke achter de grote
leider aanlopen en waarbij geen zin onbenut blijft om de imperialistische Amerikanen en Japanners te
beschuldigen.
Na de val van het communisme in de Sovjet-Unie en China moet Kim Il-Sung noodgedwongen meer
contact met Westerse landen zoeken. Zoals al eerder beschreven is dit een lang en moeizaam proces,
wat nog steeds gaande is. In 1994 overlijdt Kim op 82-jarige leeftijd plotseling door een hartaanval. In
hetzelfde jaar wordt besloten dat Kim Il-Sung, de grote leider, voor eeuwig president zal blijven van
de DPRK. Zelfs nu 17 jaar na zijn overleden is het respect, de aandacht en de verheerlijking van de
eeuwige president er niet minder op: nog steeds worden er muurschilderingen en standbeelden van
Kim gemaakt, worden er bloemen gelegd en gebogen voor standbeelden van hem en wordt lovend
over zijn wijsheid gesproken alsmede loopt elke Koreaan met een speldje van Kim Il-Sung rond op
zijn of haar kleren. Sterker nog, naast de normale jaartelling zoals wij die kennen hanteren de Noord-
Koreanen ook de Juche-jaartelling, welke begint in het geboortejaar van Kim Il-Sung. Volgend jaar (2012) is het dan ook het Juche jaar 100 en dit zal ongetwijfeld betekenen dat tijdens de Arirang-games gigantisch zal worden uitgepakt
Kim Il-Sung die bijna 50 jaar over Noord-Korea in levenden lijve heeft geregeerd regeert nu al 17 jaar
post mortem over het land. Hij wordt gezien als de man die Korea heeft terug gegeven aan de (Noord-)
Koreanen en de Koreanen hun identiteit weer heeft terug gegeven.
Zondag 11 september (II) – Pyongyang en Kaesong
Nadat we ons rondje met de koptelefoon gemaakt hebben (de looppatronen gaan ook strikt volgens een schema, waarbij de patronen elkaar soms kruisen, maar ook dit is goed georganiseerd en leidt niet tot opstoppingen, en precies op het eindpunt van de zaal is het geluidsbandje ten einde) wordt nog één keer onze kleding gecontroleerd. Ook sjalen moeten af en tijdelijk worden ingeleverd. Alvorens we de schouwkamer ingaan, lopen we door een windtunnel heen, waarin al het stof van ons af wordt geblazen. In de schouwkamer moeten we allemaal achter elkaar aanlopen en lopen we rond het lijk van Kim heen, waarbij aan elke kant in groepjes van vier gebogen wordt. Het is weer verbazingwekkend hoe goed de man onderhouden is (net alsof hij ligt te slapen). Hoe je het wendt of keert, het is een indrukwekkende gebeurtenis. We eindigen in een kamer met allerlei personalia over Kim, waarbij ondermeer allerlei (nationale en internationale) onderscheidingen van de grote leider zijn tentoongesteld. Verder zijn er veel schilderijen/ ingelijste foto’s van ontmoetingen van Kim Il-Sung met wereldleiders, waaronder bijvoorbeeld Fidel Castro en Nicolae Ceausescu. Met name de laatste was onder de indruk van de cultus van persoonsverheerlijking rondom Kim en probeerde dit ook in Roemenië door te voeren.
Op de weg terug naar buiten stappen we weer van transportband op transportband. De uitgaande transportbanden bevatten allemaal toeristen en de mensen die ons tegemoetkomen op de ingaande transportbanden zijn allemaal Koreanen die naar de eeuwige leider gaan kijken, waarbij sommige behoorlijk ontroerd zijn. Terwijl ik even bij de toiletten wacht op mijn reisgezellen valt er bijna een vrouw van een trapje, omdat ze een trede mist in haar nieuwsgierigheid om naar mij te kijken. Logisch! Niet vanwege mijn charmes in stropdas, maar omdat een heleboel bezoekers van dit mausoleum (alleen zondags en vrijdags open voor publiek – op uitnodiging en reservering) van het platteland komen en nog (bijna) nooit westerlingen hebben gezien. Tenslotte mogen we het plein voor het mausoleum op om even uit te waaien en over de ervaring na te praten.
Het is een drukte van belang wanneer we bij de Revolutionary Martyrs’ Cemetery aankomen. De begraafplaats is overwelmd met militairen die respect komen betonen aan de 200 grootste revolutionairen in de Koreaanse geschiedenis. Op deze begraafplaats staan 200 bustes van de hoofden van mensen die sinds de strijd tegen de Japanners de natie als ware revolutionairen gediend hebben.
Een aantal van hen zijn overleden tijdens de strijd, maar een aantal zijn overleden aan ouderdom, dus het betreft niet een monument voor puur en alleen oorlogsslachtoffers.
Er wordt ons gevraagd of we bloemen willen neerleggen bij het monument bovenaan. Een bosje kost
drie euro, dus we stappen naar het verkoopstandje van de bloemen, waar we al zien dat de verkoopster
een bosje heeft klaarliggen. Als beheerder van de pot leg ik vijf euro neer, waarna de vrouw zegt dat
ze geen geld terug heeft. Geen probleem, zo flexibel als wij zijn leg ik er één euro bij met de woorden
“doe er dan maar twee”. Wie had kunnen weten dat met die ene euro gelijk het gehele systeem
doorgeprikt zou worden? De vrouw schrikt even en stamelt dat ze dan nog een bosje zal moeten bij
maken. Tsja, ze weten van tevoren precies hoeveel groepen toeristen er komen en ook dat er standaard
per groep uit beleefdheid maar één bosje bloemen wordt gekocht.
Met toch twee bosjes beklimmen we de trappen naar het monument, waar Arjan en ik naar voren lopen
om de bloemen neer te leggen. Er valt een merkwaardige stilte terwijl alle aanwezige militairen met
respect naar ons kijken terwijl we de bloemen neerleggen en langzaam weer achteruit lopen. Volgens
mij hebben we op dat moment veel bonuspunten gescoord bij onze gidsen en de aanwezige Koreanen
bij het monument.
Na een lunch in het hotel (waar het weer doodstil is, omdat alle toeristen bezig zijn met het afwerken
van de lijst met te bezoeken bezienswaardigheden) vertrekken we naar het zuiden naar de oude
koningsstad Kaesong. Kaesong ligt 160 km ten zuidoosten van Pyongyang. Ook nu is de weg weer
kaarsrecht en geasfalteerd, met de nodige gaten en holen. Tevens amper verkeer op de wegen, ook
geen fietsen of wandelaars. Onderweg moeten we ook bij de nodige roadblocks stoppen om onze
papieren te tonen voordat we naar een ander district mogen. De Koreanen zelf hebben ook een visum
nodig om van de ene regio naar de andere te mogen: moet je je voorstellen wanneer je vanuit Zeeland
naar Noord-Brabant wilt en je bij de brug een visum moet hebben…
Miss Han, de vervangster van miss Lee, overbrugt de tijd in de bus mede door, jawel, het zingen
van… Edelweiss. Het is dus echt een verplicht onderdeel van de gidsen-opleiding! Het moet gezegd
worden dat de vertolking van miss Lee zuiverder was.
In Kaesong, dat niet te vergelijken is met (de skyline van) Pyongyang bezoeken we de graftombe van
koning Wang Kon (eerste koning), het Koryo History Museum en de Sonjuk brug (die nog kleiner is
dan de plank over een gemiddelde sloot). Bij de graftombe scoor ik bonuspunten door van twee leeuw-standbeelden aan te geven welke de mannetjes- en welke de vrouwtjesleeuw is. De tombe wordt overigens omcirkeld door de standbeelden van de tekens van de dierenriem.
In een winkeltje bij het museum wordt het ultieme bewijs geleverd dat Noord-Korea aan het
verwesteren is. Ik krijg wisselgeld (euro’s) en voel gelijk dat het briefje aanvoelt als alles behalve
geld. Een sterk monopoly cq levensweg-gevoel bekruipt me. Ik geef het briefje aan Maaike en zij
twijfelt ook. De mensen achter de balie zijn opeens snel om het briefje in te nemen en een ander
briefje te geven. Meneer Cha en mevrouw Han komen er bij en opeens worden we overladen met
euro-briefjes, welke voor ons allemaal echt aanvoelen. “Dit is het briefje dat jullie net niet
vertrouwden”. Nou vergeet het maar, dit briefje voelt echt aan, dat andere was echt vals geld en feit
dat jullie dat briefje nu niet meer aan ons geven zegt wel genoeg: jullie zijn gewoon verwesterd!!!
(enfin gezien dat we mensen geen gezichtsverlies willen laten leiden, hebben we dat maar voor ons
gehouden).
We slapen in een traditioneel Koreaans hotel, met traditionele Koreaanse bedden: een matras op de
grond. Na mijn hoofd te hebben gestoten tegen de deurpost krijgen we een traditionele Koreaanse
maaltijd: circa 18 schaaltjes met diverse gerechten (bijgestaan door Koreaans bier en Koreaanse
spiritus). Meneer Cha wordt even boos als de twee Duitse toeristen die naast ons eten hem voor een
ober aanzien en vragen of er koffie is. “Coffee is no part of Korean kitchen!”. Ik ben blij dat wij wel
genoeg bonuspunten hebben gescoord bij meneer Cha J
Maandag 12 september – Kaesong, Pyongyang en Nampo
Een verkwikkende nachtrust verder vertrekken we vroeg richting de gedemilitariseerde zone, maar
eerst maken we een tussenstop bij een midden in de natuur gelegen Boeddhistische tempel/pagode.
Wat een verademing om geen andere toeristen in de buurt te hebben en geen ander geluid te horen,
dan een over het gras sprintende eekhoorn. De schilderingen in de binnenste tempel zijn pas nieuw cq
gerenoveerd en zelfs meneer Cha en miss Han zijn helemaal opgewonden hierover en vragen honderd
uit aan de lokale gids.
De gemiddelde temperatuur in september in Korea (ligt ter hoogte van noord-Spanje) is circa 24
graden, maar vandaag is het (drukkend) warm, dus we zijn extra blij dat we niet midden in de stad
zitten, maar in de ‘vrije’ natuur. Onderweg terug naar de hoofdweg bewonderen we een meer, alsmede
de bergketen die bij Kaesong ligt en op een liggende vrouw lijkt. Het valt ons op hoeveel mensen op
de been/fiets zijn en diverse heuvels beklimmen. Bij navraag blijkt het de dag te zijn dat de mensen
hun voorouders eren en de graven in de bergen bezoeken.
Acht kilometer vanaf Kaesong ligt Panmunjom, of beter gezegd, lag Panmunjom. Dit grensstadje met
Zuid-Korea is in de Koreaanse oorlog compleet weggevaagd, maar de naam heeft het overleefd en is
vooral bekend vanwege de wapenstilstand-gesprekken tussen de Verenigde Naties (Amerika) en de
Noord-Koreanen tijdens de Koreaanse oorlog alsmede het ondertekenen van het wapenstilstand-
verdrag in 1953. Het eerste wat opvalt zijn twee vlaggen die in de verte zichtbaar zijn: een Noord-
Koreaanse en een Zuid-Koreaanse. Er is op den duur afgesproken om deze vlaggenmasten even hoog
te maken, omdat beide partijen telkens hem hoger maakte, om de hoogste te hebben.
Eerlijk gezegd valt het bezoek een beetje tegen. Via een smalle geasfalteerde weg omringd door 2
muren met daarop betonblokken (die naar beneden geduwd kunnen worden om de weg te blokkeren)
rijden we naar de (barakken op de) grens/scheidingslijn toe. Aldaar zien we veel Noord-Koreaanse
militairen, die vooral uit zijn op sigaretten en snoepjes, maar in eerste instantie geen VN-militairen.
Noord-Korea heeft trouwens het vierde absolute grootste leger van de wereld. En dat terwijl het land
drie keer zo groot is als Nederland en in totaal 23 miljoen mensen telt.
In één van de barakken die op de scheidingslijn staat krijgen we zittend aan de onderhandelingstafel te
horen dat daar de gesprekken werden gevoerd en de tafel precies op de grens staat.
De barakken op de scheidingslijn zijn via kleur toegewezen aan de Noord- en Zuid-Koreanen, waarbij
de “onderhandelings”barak een gemeenschappelijke barak is, welke zowel door toeristen van
zuidelijke als noordelijke kant wordt bezocht. Wij vermoeden dat het schema van bezichtigingen
tussen beide landen wordt afgestemd om vermenging van excursies te voorkomen. Dit vermoeden
wordt bevestigd doordat er op het moment dat we over de barakken heen kijken er een VN-auto komt
aanrijden aan de andere kant, waarna twee VN-soldaten even voor de show heen en weer lopen (“ja,
onze kant wordt ook beveiligd hoor”) aan de andere kant van de kunstmatige lijn en daarna weer
vertrekken. Dit zijn de enige zuidelijke strijdkrachten die we gezien hebben bij deze plaats met
historie! En eigenlijk misschien maar goed ook…
In een andere barak wordt ons mede gedeeld dat hier het verdrag is getekend, waarbij de Amerikanen
hadden gewild dat dit in een legertent zou gebeuren, omdat daarna de legertent afgebroken kon
worden en er geen bewijs meer zou zijn van het verlies en de nederlaag van de Amerikanen. Overigens
was de gehele Koreaanse oorlog onder de vlag van de Verenigde Naties, maar de Koreanen zien dit als
de Amerikanen met hun marionetten.
Ook hier is in de tentoonstellingsruimte weer het befaamde a4-tje met Amerikaanse bekentenis van de
spionage van de US Pueblo te vinden.
Terug over de lege weg naar Pyongyang om daar te lunchen. In Pyongyang stoppen we bij het Three
Principles Monument. Dit monument bestaat uit twee identieke vrouwen die over de weg heen buigen
en samen de landkaart van Korea omhoog houden. Dit dertig meter hoge granieten monument beeldt
de gewenste eenwording van beide Korea’s uit. De Koreanen zelf zien namelijk geen twee aparte
(Noord- en Zuid-)Korea’s, maar één Korea, waarvan momenteel het zuiden bezet wordt door de Amerikanen. Ze spreken zelf dan ook over “our country/ons land” en niet over Noord-Korea.
Na de lunch vertrekken we naar het zuidwestelijk aan de kust gelegen Nampo. In Pyongyang rijden we
langs de energiecentrale, welke ons weer herinnert aan het acute energieprobleem dat het land heeft.
Alvorens we daar aankomen, stoppen we eerst bij een mode coöperatieve boerderij. Dit is maar goed
ook, want ondanks dat de weg nu vijf banen breed is, lijkt er ook een positieve correlatie te zijn tussen
het aantal banen en het aantal gaten in de weg. Er is absoluut geen correlatie tussen de gesteldheid van
de weg en de rijstijl van de chauffeur: het rempedaal is er alleen om








